Your ads will be inserted here by
Easy AdSense.
Please go to the plugin admin page to paste your ad code.
…Dit stukje typ ik in etappes, want ik kan niet zo lang rechtop op de stoel blijven zitten.
Ik had al ruim twee, bijna drie weken niet meer op een racefiets gezeten. Een veldtoertocht dit weekeinde zou mijn lichaam weer een beetje wakker doen schudden. Onderweg naar de start ging het mis.
De weg loopt af en ik heb behoorlijk wat snelheid. Over de volledige breedte van de weg staat een hek, maar ik kan er aan de rechterkant langs. Aan de bandensporen kun je zien dat er daar vaker fietsers langsrijden.
Opeens zie ik dat er – precies verscholen achter het hek – een tweede een metalen hek is geplaatst. Waarschijnlijk om de langsrijdende fietsers tegen te houden.
Te laat. Nog drie meter. Ik knijp vol in beide remmen en vlieg over mijn stuur. Ik zie mijzelf als versteend in de lucht hangen. Dan een klap. De bovenkant van het hek tegen mijn keel. Dat was het dan.
Op de grond hoor ik mijzelf kreunen. Mijn rug.
Ik kan nog ademen.
Iemand stopt. Het is Joost Posthuma. Hij vraagt of het gaat. Het bandje van mijn helm moet los.
Mijn fiets is wonderwel helemaal heel en ik fiets samen met Joost de laatste paar honderd meter naar de start.
Gemotiveerd en nog vol adrenaline ga ik nog in de rij bij de inschrijving staan, maar daar doet de pijn in mijn rug en de nervositeit over de zwelling (die mijn keel straks zal dichtdrukken) mij besluiten toch maar naar huis te gaan. Op de fiets, dat wel.
Ongeveer een jaar geleden viel ik ook al eens met een veldtoertocht. Ook door mijn eigen onoplettendheid. Ik kon kiezen: rechtdoor het water in, of proberen de bocht over de natte houten vlonder nog te halen. Dat laatste mislukte. En ook toen zat Joost Posthuma niet al te ver achter mij.
Met Joost heb ik afgesproken dat we voortaan maar bij elkaar uit de buurt blijven…